De snelheid waarmee het lichaam calorieën verbrandt (in rust en bij activiteit) varieert aanzienlijk per geslacht, leeftijd, gewicht, conditie, lichaamssamenstelling, duur en mate van de activiteit en de voeding. Ook zijn er erfelijke, hormonale en andere factoren in het spel. De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organisation — WHO) schat dat de basale stofwisseling tussen verschillende mensen met hetzelfde gewicht zeker 26 procent kan variëren. Daarom moeten sommige mensen weinig en andere veel eten om hun gewicht op peil te houden.
Dikke mensen hebben geen trage stofwisseling. In het algemeen is het zo dat hoe zwaarder je bent hoe hoger je stofwisseling is, omdat een zwaar lichaam meer energie gebruikt zowel op stofwisselingsniveau als bij bewegen, de vetloze massa (spier- en ander weefsel) doorgaans ook in gewicht toeneemt en de voedselgeïnduceerde thermogenese stijgt.
Als dikke mensen stevig afvallen is hun nieuwe stofwisseling daarom aanzienlijk verlaagd. Maar uit onderzoek is gebleken dat zware mensen minder bewegen dan slanke mensen en zich lichamelijk minder inspannen, waardoor ze minder calorieën verbranden.