Als mensen te dik of zwaarlijvig worden, neemt hun percentage lichaamsvet toe, terwijl hun spier- en botmassa meestal relatief weinig verandert. Gewichtstoename doordat je botmassa verandert is uiterst onwaarschijnlijk. Zelfs al zou de botmassa met 10 procent toenemen, dan betekent dat een gewichtstoename van maar 1 tot 1,5 kg!
Spieren wegen meer dan vet en botten en kunnen door lichamelijke inspanning en goede voeding in de loop der tijd flink toenemen. Het gewicht van mensen met veel spiermassa (bijvoorbeeld gewichtheffers of buitensporters) kan dus ver
boven het gemiddelde liggen, dat wil zeggen dat ze volgens de Body Mass Index-classificatie (BMI) te zwaar zouden zijn, terwijl ze niet meer lichaamsvet hebben dan een gemiddeld iemand. In dit geval is een tailletest, een 10-secondetest of een monitoringtest voor lichaamsvet (met behulp van speciale schuifmaten of elektronische monitoren) een veel betrouwbaardere graadmeter voor lichaamsvet. Je jan ook het percentage lichaamsvet bij benadering berekenen met door op deze link te klikken. Als het percentage lichaamsvet dan laag blijkt te zijn, is afvallen niet nodig.
De kans dat je overgewicht het gevolg is van toegenomen spiermassa zonder dat je dat weet, is uiterst onwaarschijnlijk. Als je in de spiegel zou kijken, zou je in dat geval natuurlijk strakke spieren zien en geen vet.
Soms ontstaat overgewicht door het vasthouden van vocht. Bij sommige aandoeningen (zoals premenstrueel syndroom bij vrouwen) en ziekten (zoals hartziekten) houdt het lichaam meer vocht vast dan normaal. Dat is vaak op zicht te zien (bijvoorbeeld gezwollen gezicht, buik, enkels). Ga naar de dokter als je
denkt dat het door vocht komt. Maar in 99 procent van de gevallen zijn overgewicht en te veel vet gelijk aan elkaar.